Tips voor in de klas

  • Schaf alleen materialen aan passend bij de schoolbrede visie op CT
  • Zorg dat de technologische middelen worden ingezet om doelen te behalen ipv. doel op zich te laten zijn. Gebruik CT denkvaardigheden tijdens lessen: problemen oplossen, stapsgewijs denken (bijv. kolomsgewijs rekenen) , debuggen (bijv. kralenplankje; waarom is de kralenplank niet hetzelfde als de tekening?)  en programmeren (bijv. beebot 2 tijden combineren). 
  • Zorg ervoor dat je samen met collega’s de materialen uitprobeert die je in de klas wilt gebruiken
  • Ga regelmatig met collega’s in gesprek over inspirerende lesvoorbeelden en over hoe zij CT toepassen in hun onderwijs (terugkerend agendapunt)
  • Laat leerlingen aanrommelen met materialen en geef ze daarbij wel gerichte kijk- of denkopdrachten
  • Formuleer duidelijke doelen voor het vakgebied waarin je CT toepast én voor het logisch denken. Hierbij kun je de doelenlijst voor SKBG gebruiken. Zorg ervoor dat je technologie niet alleen als ‘trucje’ gebruikt, maar dat ze echt toegevoegde waarde heeft
  • Wees niet bang als het tijdens CT-activiteiten wat onrustig wordt of als leerlingen niet meteen begrijpen hoe materialen werken 
  • Laat CT niet alleen voor leerlingen zijn die extra uitdaging nodig hebben of voor cognitief talentvolle leerlingen. Alle leerlingen kunnen CT-vaardig worden
  • Combineer denkopdrachten bij CT met (creatieve) maakopdrachten, bijvoorbeeld door een 3D-printpen, software voor grafische vormgeving of bouwmaterialen te gebruiken 
  • Voor jonge leerlingen is het handig om direct bestuurbare robots te gebruiken, bijvoorbeeld de BeeBot, de Ozobot of Qobo. Oudere leerlingen kunnen ook overweg met robots waarvoor ze (bloksgewijs) moeten programmeren, zoals Dash & Dot, of met opdrachten waarin het programmeren meer abstract is, zoals Micro:bit en Scratch